Pervasieve ontwikkelingsstoornissen: wat zijn ze?

U heeft wellicht gehoord over pervasieve ontwikkelingsstoornissen (PDds) die vertragingen bevatten in hoe een kind typisch ontwikkelt, problemen met socialiseren en communiceren, problemen als een routine verandert en herhalende bewegingen en gedragingen.

Maar het is eigenlijk geen term die artsen meer gebruiken. PDds worden nu autisme spectrum stoornis genoemd.

De naamverandering kwam in 2013, toen de Amerikaanse psychiatrische associatie autistische stoornis, asperger's syndroom, kindertijdverstorende aandoening en doordringende ontwikkelingsstoornis, die niet anders gespecificeerd werden (PDD-NOS) als autismespektrumstoornissen herklassificeerde.

Waarom de verandering? Het spectrumconcept is een meer medisch nauwkeurige manier om kinderen met deze aandoeningen te diagnosticeren.

Symptomen

Kinderen op het autismespectrum hebben problemen met sociale communicatie en interacties, en vaak herhalen zij bepaalde gedragingen. Zij kunnen ook:

  • Vermijd oogcontact
  • Niet kunnen uitdrukken wat ze door taal denken
  • Heb een hoge of platte stem
  • Vind het moeilijk om een ​​gesprek bij te houden
  • Heb moeite om emoties te beheersen
  • Voer repetitief gedrag uit, zoals handvlappen, rocking, springen of twirling

Kinderen op het spectrum kunnen bepaalde soorten spelen herhalen, problemen hebben met 'geloven', en meer geïnteresseerd zijn in delen van een speeltje, in plaats van het speelgoed zelf. Ze hebben strikte schema's nodig en houden niet van veranderingen in hun routines.

Houd er rekening mee dat het spectrum een ​​breed scala heeft. Sommige mensen met een ASD leven op zichzelf, gaan naar school en houden een baan. Je weet misschien niet dat ze een voorwaarde hebben. Anderen hebben ernstige handicaps. En veel zijn ergens tussen die twee uiteinden van het spectrum.

Oorzaken

Het vinden van alle oorzaken van ASds is een groot onderwerp van onderzoek. Wetenschappers weten dat genetica een van de risicofactoren is. Maar ze hebben nog niet alle antwoorden. Er is geen enkel 'autismegen' dat op het werk is. Veel dingen, naast genen, kunnen betrokken zijn.

Diagnose en behandeling

Om de diagnose te maken, observeren artsen het kind en stellen zij vragen van de ouders of voogd over het gedrag van het kind. Er is geen laboratoriumtest voor een autismespectrumstoornis.

De sleutel is om zo snel mogelijk uit te vinden als een kind op het spectrum zit. Op die manier kunt u hulpbronnen opstellen om uw kind optimaal te kunnen bereiken. Hoe eerder dat begint, hoe beter.

Er zijn medicijnen om kinderen te helpen met symptomen. Medicijnen werken het beste bij elkaar in combinatie met therapie die socialisatie en andere levensvaardigheden ontwikkelt.

Houd er rekening mee dat iemand die op het spectrum is, de wereld anders oplevert. Hun overwinningen en uitdagingen kunnen heel anders zijn dan de jouwe. Het helpt hen te waarderen zoals ze zijn, met hun eigen unieke persoonlijkheden en interesses, terwijl u hen de ondersteuning en vaardigheden krijgt die een groot verschil in hun toekomst kunnen maken.