Afgezien van speeltherapie, welke andere therapieën helpen iemand met autisme?

Een aantal therapieën kan mensen met autisme helpen hun vaardigheden te verbeteren en hun symptomen te verminderen. Beginnende therapie vroegtijdig - voor de kleuterschool of voorheen - verbetert de kansen op het succes van uw kind, maar het is nooit te laat voor de behandeling.

De Amerikaanse Academie van Kindergeneeskunde (AAP) raadt u aan om therapieën te onderzoeken zodra u vermoedt dat uw kind autisme heeft, in plaats van te wachten op een formele diagnose. Het kan veel tijd, tests en follow-ups met specialisten kosten om een ​​formele diagnose te krijgen.

Welke werken variëren van persoon tot persoon. Kennis maken met enkele van de meest populaire - en bewezen - therapieën.

Arbeidsterapie

Deze activiteiten helpen kinderen met autisme beter in de dagelijkse taken, zoals het leren om een ​​shirt te knopen of een vork goed te houden. Maar het kan alles met betrekking tot school, werk of spel betreffen. De focus hangt af van de behoeften en doelen van het kind.

Spraakterapie

Dit helpt kinderen om te spreken, evenals communiceren en interactie met anderen. Het kan niet-verbale vaardigheden omvatten, zoals oogcontact, omdraaien in een gesprek en gebaren gebruiken en begrijpen. Het kan ook leren dat kinderen zich uitdrukken met behulp van beeldsymbolen, gebarentaal of computers.

Om effectief te zijn, moeten spraaktherapeuten nauw samenwerken met ouders en leraren om deze vaardigheden in het dagelijkse leven te beoefenen.

Toegepaste gedragsanalyse (ABA)

Dit type therapie maakt gebruik van beloningen om positief gedrag te versterken en nieuwe vaardigheden te leren. Ouders en andere zorgverleners worden getraind zodat ze het autistische kind moment-voor-moment feedback kunnen geven.

Behandelingsdoelen zijn gebaseerd op het individu. Ze kunnen communicatie, sociale vaardigheden, persoonlijke verzorging en schoolwerk omvatten. Studies tonen kinderen die vroegtijdig ontvangen, intensieve ABA kan grote, blijvende winsten opleveren.

Er zijn verschillende typen ABA. Ze omvatten:

  • Discrete trial training (DTT). Dit breekt een gewenst gedrag in de eenvoudigste stappen.
  • Vroege intensieve gedragsinterventie (EIBI). Deze vorm van ABA is ontworpen voor jonge kinderen, meestal jonger dan vijf jaar.
  • Pivotale responsbehandeling (PRT). De focus ligt hier op belangrijke gebieden van de ontwikkeling van een kind, zoals zelfbeheersing en in de sociale omstandigheden.
  • Verbal gedragsinterventie (VBI). Het verbeteren van de mondelinge vaardigheden van een kind is het doel.

Sociale vaardigheden klasse

Dit is een groep of een-op-één instructie thuis, op school of in de gemeenschap. Het doel is om te verbeteren hoe een kind maatschappelijk interactie maakt en banden met anderen vormt. Dit betekent gewoonlijk het leren door middel van rollenspel of oefening. Lessen worden vaak geleid door een therapeut. Zoals ABA, is ouderopleiding de sleutel tot het helpen van een kind om zijn sociale vaardigheden te verbeteren.

Therapeutisch paardrijden

Artsen noemen ook deze 'hippotherapie'. Hier rijdt een kind een paard onder begeleiding van een therapeut. Rijden is een vorm van fysiotherapie omdat de ruiter moet reageren en zich aanpassen aan de bewegingen van het dier. Onderzoek toont aan dat het kinderen helpt van 5 tot 16 jaar hun sociale en spreekvaardigheid verbeteren. Het kan hen ook helpen om minder prikkelbaar en hyperactief te zijn.

Beelduitwisseling communicatiesysteem (PECS)

Deze vorm van therapie leert kinderen om foto's te verhandelen voor items of activiteiten. Het systeem is ontworpen voor mensen die niet spreken, niet begrijpen of moeilijk te begrijpen zijn. PECS werkt misschien niet voor kinderen die niet proberen te communiceren of niet geïnteresseerd zijn in bepaalde objecten, activiteiten of eten. Een review van het onderzoek naar PECS vond dat degenen die het gebruik hadden, enkele verbeteringen in de communicatie hadden, maar weinig of geen winsten in spraak.