Pijn (PDQ®): ondersteunende zorg - patiënteninformatie [NCI] -straaltherapie om pijn te verlichten

Oudere patiënten met kankerpijn kunnen speciale behoeften hebben.

Sommige problemen zijn groter bij oudere patiënten. Voor verzorgers van oudere patiënten, moet rekening worden gehouden met de volgende mogelijke problemen:

Meer dan één chronische ziekte en bron van pijn

Oudere patiënten kunnen meer dan één chronische ziekte hebben en verschillende medicijnen gebruiken voor verschillende omstandigheden. Dit kan het risico op drugsinteracties vergroten. Drugs die samen zijn, kunnen veranderen hoe ze in het lichaam werken en kunnen de chronische ziekten van de patiënt beïnvloeden.

Problemen met zicht, gehoor, beweging of communicatievermogen

Oudere patiënten hebben mogelijk eenvoudiger en vaker tests nodig om uit te vinden hoeveel pijn ze hebben.

Bijwerkingen van niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's)

Bijwerkingen van NSAID's, zoals maag- en nierbeschadiging, geheugenproblemen, obstipatie en hoofdpijn, zijn waarschijnlijker bij oudere patiënten.

Effecten van opioïden

Oudere patiënten kunnen gevoeliger zijn voor de effecten van opioïden. Dit kan een betere pijnvermindering geven die langer duurt. De dosis van de opioïden kan wellicht worden aangepast.

Patiënt-gecontroleerde pijnverligting

Patiënten gecontroleerde pijnvermindering moet zorgvuldig worden gebruikt bij oudere patiënten, omdat drugs langzamer zijn om het lichaam te verlaten en oudere patiënten zijn gevoeliger voor de bijwerkingen.

Wijzigingen in de levensregelingen

Wanneer oudere patiënten zich bewegen (bijvoorbeeld van ziekenhuis naar huis of verpleeghuis), kunnen hun pijnbeheersingsbehoeften veranderen. Deze behoeften moeten gecontroleerd worden zodat pijnbestrijdingsmethoden eventueel kunnen worden aangepast.