Oefening en fibromyalgie-onderwerp overzicht

Oefening is een van de belangrijkste behandelingen voor fibromyalgie. Regelmatige oefening zal uw spieren versterken, de bloedstroom naar de spieren verhogen en uw uithoudingsvermogen verhogen. Het kan ook het risico op kleine spieren aan de spieren verminderen die pijn meer kunnen veroorzaken. Oefening kan u ook helpen om beter te slapen en uw algehele gevoel van welzijn te verbeteren.

Mogelijke tot matige oefening is geschikt voor de meeste mensen met deze voorwaarde. Een evenwichtig oefenprogramma moet omvatten:

  • Lage impact aërobe oefening, zoals wandelen, zwemmen, fietsen of water aerobics. Dit is het meest nuttige type oefening voor mensen met fibromyalgie, omdat het algemene kracht en uithoudingsvermogen opbouwt.
  • Stretching oefeningen, die kunnen helpen ontspannen spieren en het verlichten van spasmen.
  • Versterkingsoefeningen om sterkere spieren te bouwen.

Matige activiteit is veilig voor de meeste mensen. Maar het is altijd goed om met je arts te praten voordat je een oefenprogramma start.

De sleutel is het opbouwen van oefeningsgewoonten die u op de lange termijn oefent. Hier zijn enkele tips om te beginnen met een goed oefenprogramma:

  • Start langzaam. Veel mensen met fibromyalgie zijn langdurig inactief vanwege vermoeidheid en pijn en moeten geen krachtig trainingsprogramma starten. Overexerteren kan je symptomen erger maken.
    • Als je 3 tot 5 minuten actief bent, kun je het eerst doen.
    • Als je klaar bent, probeer eens langer te trainen. Totdat u 10 minuten tegelijk kunt uitoefenen.
  • Bouwen je oefenprogramma beetje bij beetje en streef naar minstens 2½ uur per week met gematigde oefening. Het is fijn om gedurende de hele dag en week actief te zijn in blokken van 10 minuten of meer.
  • Strek voor en na je uitoefenen. Dit kan de flexibiliteit verbeteren, goede houding handhaven en letsel voorkomen. Rek langzaam en zachtjes uit. Niet stuiteren, maar houd een zachte trekkracht op de spier.
  • Volg uw oefening door een diagram of dagboek op te stellen die past bij uw behoeften. U kunt wellicht ook met welke oefening u deed, hoe lang het u deed, hoe moeilijk u denkt dat u erop gewerkt heeft en hoe u tijdens en na de oefening voelde. Dit zal u helpen om uw voortgang te zien en zal u ook in staat stellen uw oefenprogramma te verplaatsen of te veranderen met verloop van tijd.
  • Blijf erbij. Als u uw symptomen niet opvalt, stop dan niet met oefenen. In plaats daarvan, snij iets terug. Probeer zo snel mogelijk uw regelmatige routine op te bouwen zodat u geen van de voordelen kent die u hebt behaald.